De grootste gids naar slotenmaker Heuvelland

(Blijkens dit haardstedenregister bezat hij in 1600 verscheidene huizen.) Aangaande bestaan papa Jan Michielsz, zilversmid, gaat hij vermoedelijk het woonhuis geërfd hebben aan een zuidzijde over de Markt, waarin deze geboren werden. Uit een aantekening in dit 4e Lopende Memoriael, zou men, zo dit ook niet aangaande elders al bleek, mogen besluiten, het deze betreffende bestaan penseel in 1614 bereids goede zaken had gemaakt. De bedoelde aantekening luidt als volgt: “

Rest alsnog te vermelden de bijnaam betreffende een echtgenoot met Arentgen Cornelisdr, welke in de wandeling bekend stond zodra ‘pluizige Leen’, en woonde met een stadsvest vlakbij dit Achterom.

Zij is uiteindelijk (in 1865) tengevolge over een verbouwing achter de andere gevel van dit gesticht verdwenen. Daar waar sinds het begin van een I7e eeuw deftige maaltijden werden gehouden en vrolijke feesten gevierd, heerst nu een kalmte en rust, welke de avond des levens behoeft. (

Ergens halverwege een Kolk en de Baljuwsteeg lag de scheidslijn tussen dit 16e en het 15e stadskwartier. Dit 15e kwartier begint bij de brouwerij over Jan Huygensz. Van Rijck, ‘Inde Witte Leeuw’, die volgens Met Bleyswijck tussen 1600 en 1640 werd uitgebroken. 3 huizen verder woonde ons lakenbereider, welke 2 ‘par­thyen’ aangaande zijn eigendom verhuurde, één met ons kleer­maker, de ander met een schoenlapper, die bestaan hand­werk in ons zogenoemd pothuis uitoefende.

Later zou het St. Lucasgilde zichzelf de antieke kapel aangaande welke instelling toe-eigenen. Nu wordt welke regio ingenomen door de gemeenteschool betreffende juiste hoofd Petillon. [Momenteel staat op deze plaats weer ons replica met dit oude Gildehuis, het zeker feitelijk ons verbouwde middeleeuwse kapel was.]

, maakte dat Soutendam hierboven een tel kwijt raakte in die registers. Na 1600 zijn hier op een achtererven betreffende de opgeheven brouwerijen ettelijke andere huizen verrezen.

(Dit kan zijn de gebruikelijke verdubbeling; nl. eerst dit uitheemse woord, en vervolgens de Hollandse vertaling. Een kommensaal ofwel disgenoot die ook niet in een kost was, zou een rector zelf stellig een contradictio in terminis hebben genoemd. In tegendeel gaat ook toentertijd een lust tot dit declineren van ‘mensa’ immers minder duurzaam zijn geweest vervolgens een begeerte om hetgeen ‘mensa’ aan een op welke ouderdom aldoor hongerige maag  placht aan te bieden, te consumeren. ‘Fruges consumere nati’ bestaan alle stervelingen maar inzonderheid jonge kommensalen die Latiums taal beginnen te beoefenen, in weerwil met de pedagogische wenk het ‘plenus venter non studet libenter’

Ik denk enkel weet juiste mooie Kathe Krusemuseum wat voor Den Helder verloren kan zijn gegaan. De Duitsers bestaan er reuze happy mee. Je hoeft niet van moderne kunst -en met ons poppenmuseum- te behouden teneinde in dit belang met Den Helder zodra gemeente ervoor ervoor te zorgen dat die cultuur-uitingen behouden blijven. Zoals door mijzelf weet zo dikwijls is opgemerkt worden een beschikbare gelden niet iedere keer op een geschikte manier uitgegeven. Ik denk hierbij met een totaal onnodige verplaatsing van de schouwburg. Wegens veel en heel wat minder had dit cultuurpaleis voor het centrum behouden behoren te blijven. Om een woorden over prof.Cor Molenaar, gericht met mij persoonlijk in ons telefoongesprek: U hebt mij zeker wel beluisteren zeggen het cultuur in de binnenstad dien blijven!!! Meteen een schouwburg uit dit centrum is weggehaald is het ons aanleiding te meer: Dit ROB SCHOLTE MUSEUM TE OMARMEN HETGEEN Wegens Een BINNENSTAD Ons GEWELDIGE OPSTEKER ZAL ZIJN!!!

De ‘plumassier', of vederman zorgde vanwege een veren op de hoeden der heeren, ook in krijgsdos als in burgergewaad. Een ‘passementswerker’ was persoon welke versierde banden, omzomingen en randen met kledingstukken, hoeden of meubelbekledingen vervaardigd.

Tevens aan de zuidzijde van de Vlamingstraat treffen wij gering bijzonders aan, uitgezonderd een huisje met 5 haardstede, waar volgens aangifte zijner huisvrouw, „Mr. Jan Smeerdeborst’ woonde. Hoe hij met dien toenaam kwam is slechts te gissen. Omdat deze betreffende beroep chirurgijn ofwel „meester’ was, gaat deze bij een uitoefening zijner praktijk vermoedelijk dikwijls aan zijn patiënten de raad beschikken over bepaald teneinde zichzelf de buste te smeren, wanneer ons recept voor ettelijke kwalen betreffende het edel lichaamsdeel.

Ter beschikking heb je minigereedschapskist en, oh dank, ons vierkantssleutel/schakelaar ding aangaande mijn werk maar niks werkt!!!!! En oh ja, een deur zal langs in open uiteraard dat intrappen gaat ook niet.

, welke een aanhef voerde met ’Stadsdoorenbreyer’. Op het allereerste gezicht schijnt dat ambacht moeilijk te verklaren, doch zodra men zichzelf te binnen brengt, wat ‘Stadsdoorn’ kan zijn en bedenkt, het breijen verder vlechten heet, wordt het raadselachtig baantje overduidelijk en begrijpt iedereen, het de titularis tot een stadsarbeiders behoorde en belast was betreffende de taak, een hagedoorn, die bij aan de Stadswal stond, om stokken ofwel palen te buigen, en dicht ineen te vlechten tot ons bijkans ondoordringbare hegge ofwel omtuining ter verdediging met Delft anti ons coup de main. [Werknemer bij de stadsplantsoenendienst, uiteraard.]

Tevens er waren vele brouwerijen te ontdekken. Op een enige uitzondering na, werkten ze allen met een paar ketels en een paar eesten, zowel vanwege eigen behandeling mits voor een dorstige stadgenoot, de talrijke biertappers en allen binnen en buiten de Republiek die dit er gebrouwen ‘oud Delfsch’, ‘Moselaer’, ‘Israël’ ofwel ‘Pharao’ op prijs stelden. In het register vind je [over een Drie Akerstraat naar het noorden lopend]

Nader de gracht opwandelende, betreffende het register ingeval trouwe gids, bespeuren we, het er verder een meester schilder woonde in ons der aanzienlijkste huizen met die omgeving, het in overeenstemming met bestaan eigenaar vier haardsteden bevatte. Zijn naam was Michiel Jansz en een deftige burger, die te middelpunt aangaande werklieden en winkeliers die huizinge bezat, was wie weet anders dan een vermaarde ‘contrefeyter’ Mierevelt, iemand die het portretteren met veel ‘groote meer info Heeren ende Vorsten’ nauwelijks windeieren legde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *